Emmanuel Carrère schreef een boek over de Russische schrijver Edoeard Limonov. Hoewel puur biografisch, heet het geen biografie maar een roman. Als met roman een meeslepend verhaal wordt aangeduid, volstaat de benaming prima. Limonov (1943) begon als crimineeltje in de industriestad Charkov, deed vervolgens zijn intrede in de literaire kringen van Moskou, werd in 1974 het land uitgezet en belandde in New York. Zijn New Yorkse belevenissen beschrijft hij onder andere in het boek De Russische dichter houdt van grote negers. Daarna schopte hij het tot held van de Parijse avant-garde. Tijdens de oorlog in Bosnië meldde hij zich in het Servische kamp en loste hij schoten op het belegerde Sarajevo. Weer terug in Rusland richtte hij de Nationaal Bosljewistische Partij op, die een antiliberale en een raar mengsel van nationalistische en communistische politiek voorstaat. Ik sprak de schrijver in 1994 op een 1 mei demonstratie in Moskou voor VPRO’s TV Nomaden. Het item ging over de opkomst van religie na de val van het communisme.